SMARTPHONE VERSLAVING EN BIJZIENDHEID

SMARTPHONE VERSLAVING – KLEIN SCHERM, GROOT RISICO VOOR DE GEZONDHEID VAN DE OGEN  | April 2019

De etiologie van bijziendheid is multifactorieel, waarbij interactie tussen omgevings- en genetische factoren betrokken zijn.

De recente snelle stijging van de prevalentie van bijziendheid wordt echter verondersteld het gevolg te zijn van veranderingen in het milieu en de levensstijl. Verminderde tijd buitenshuis, verstedelijking, meer tijd spenderen aan studeren en aan langdurig lezen of lang concentreren, zijn geïdentificeerd als risicofactoren voor het ontstaan ​​of de stijging van bijziendheid. Midden in een technologisch tijdperk worden kinderen nu blootgesteld aan een andere mogelijke omgevingsrisicofactor voor bijziendheid: digitale apparaten.

Smartphones, iPads, tablets en computers worden al op zeer jonge leeftijd veel gebruikt in zowel thuis- als schoolomgevingen. Vooral smartphones zijn een alomtegenwoordig onderdeel van het moderne leven geworden. Kinderen zijn de snelst groeiende populatie van smartphonegebruikers, wat tot uiting komt in de recente internationale gebruiksstatistieken. In de Verenigde Staten heeft bijvoorbeeld 95% van de tieners ofwel toegang tot, of is in eigen bezit van een smartphone. Smartphones behoren nu tot het meest gebruikte apparaat voor internettoegang door 9- tot 16-jarigen in Ierland, waarbij kinderen vaker een smartphone bezitten dan een tablet, en 85% van de jongeren in het Verenigd Koninkrijk (12-15 jaar) dagelijks een smartphone gebruikt.

Verschillende onderzoeken hebben computergebruik geïdentificeerd als een risicofactor voor bijziendheid. Eén studie toonde zelfs aan dat bijziendheid geassocieerd wordt met een kortere werkafstand tot het computerscherm. De werkafstand die door smartphonegebruikers wordt aangenomen, is doorgaans zelfs kleiner dan bij computerschermen. Het kleinere formaat van een smartphonescherm vereist kleinere tekstgroottes en kortere werkafstanden, waardoor de perifere netvlies degeneratie mogelijk toeneemt en er hogere eisen aan visuele waarneming worden gesteld. Het is daarom denkbaar dat verhoogde en onophoudelijke blootstelling aan een smartphonescherm een mogelijke risicofactor kan zijn voor de ontwikkeling of progressie van bijziendheid, vooral bij jongere leeftijdsgroepen.

Wat betekent dit nu voor onze ogen? Onze geëvolueerde levensstijlgewoonten zorgden al lang voor de komst van de smartphone voor een bijziendheidsepidemie, maar de huidige generatie kinderen is de eerste die opgroeit in een tijdperk van smartphoneverslaving. Ons gebruik van technologie is de afgelopen tien jaar onmiskenbaar snel geëvolueerd, waarbij elektronische visuele weergavetechnologie nu op de voorgrond staat op veel scholen en werkplekken. Heden ten dage groeien kinderen op in een wereld die doordrenkt is van technologie die proximale aandacht vereist en concurreert met hun vrije tijd ten koste van gezondere buitenalternatieven, waarbij de gemiddelde jeugd nu een derde van elke dag besteedt aan verschillende vormen van elektronische media.

“De implicaties voor de volksgezondheid bij een aanhoudende toename van bijziendheid omvatten een reeks aan nadelige gevolgen voor de samenleving, de economie, het onderwijs en de kwaliteit van leven.”

Deze radicale verandering in de levensstijl van kinderen en jongeren kan een nieuwe en op zichzelf staande risicofactor vormen die de bijziendheidsepidemie nog verder zou kunnen uitbreiden dan momenteel wordt voorspeld. Geschat wordt dat bijziendheid in 2050 wereldwijd 5 miljard mensen zal treffen, waarvan 1 miljard mensen naar verwachting een hoge bijziendheid zal hebben. Bijziendheid is een risicofactor voor ziekte, een wereldwijde bron van invaliditeit voor vele mensen met een visuele beperking, en wordt nu erkend als een ziekte en door de Wereldgezondheidsorganisatie geclassificeerd als een internationale gezondheidsprioriteit. De gevolgen voor de volksgezondheid van een aanhoudende toename van bijziendheid zijn onder meer een reeks nadelige gevolgen voor de samenleving, de economie, het onderwijs en de kwaliteit van leven.

Onderzoeken of smartphonegebruik bijdraagt ​​aan de ontwikkeling en progressie van bijziendheid is een belangrijke onderzoeksvraag met betrekking tot de aanpak en implementatie van volksgezondheidsstrategieën voor het in toom houden en de preventie van bijziendheid. Om de risico’s van smartphonegebruik te begrijpen, zijn we een aantal onderzoeken gestart bij het Centre for Eye Research Ireland, specifiek gericht op de relatie tot bijziendheid. In een baanbrekend onderzoek met 418 leerlingen op basis-, secundair en tertiair niveau, hebben we het eerste bewijs gedocumenteerd dat aantoont dat het gebruik van smartphones hoger is bij bijziende studenten.

In tegenstelling tot de meeste onderzoeken die levensstijlgewoonten volgen die uitsluitend gebruik maken van zelf gerapporteerde informatie (bijv. kinderen vragen om een schatting te maken van de hoeveelheid tijd die ze aan verschillende taken besteden), betrof een nieuw onderdeel van ons onderzoek het meten van het gebruik van smartphones (inclusief wifi en mobiele data) om een doortastendere meting van het smartphoneverbruik te bieden. Met behulp van deze techniek hebben we een zeer significant verband waargenomen tussen de status van bijziendheid en het gebruik van smartphonegegevens, waarbij bijziende studenten dagelijks bijna het dubbele van de hoeveelheid mobiele-telefoongegevens gebruikten in vergelijking met studenten die niet bijziend waren.

Andere belangrijke bevindingen uit de studie, die is ingediend voor publicatie bij het British Journal of Ophthalmology, zijn onder meer dat studenten bijna een derde van hun dag doorbrengen met het gebruik van hun smartphone. Om dit in context te plaatsen: dit is net onder de door de National Sleep Foundation aanbevolen slaapduur van meer dan zeven uur per nacht voor tieners en jongvolwassenen. Bovendien meldde 84 procent van de deelnemende studenten elke avond een smartphone in bed te gebruiken, waarbij jongere kinderen meer tijd aan hun telefoon in bed doorbrengen vergeleken met oudere studenten.

Het inzicht van leerlingen en ouders over de oorzaken van bijziendheid is beperkt. Een ander onderzoek dat we hebben uitgevoerd en onlangs hebben gepubliceerd, heeft aangetoond dat ouders onvoldoende kennis hebben van de oorzaken van bijziendheid en dat ouders zich geen zorgen maken over de diagnose van bijziendheid bij hun kind. Dit is vooral belangrijk gezien de invloed die ouders hebben op het gedrag van kinderen met betrekking tot levensstijlkeuzes, wat een directe noodzaak aantoont voor maatschappelijke bewustwording in het belang van volksgezondheid met betrekking tot bijziendheid. Bovendien zullen nieuwe strategieën om groeiende bijziendheid bij kinderen onder controle te houden sterk afhankelijk zijn van de geïnformeerde deelname van ouders.

Hoewel deze onderzoeken belangrijk zijn, hebben we nog geen definitief bewijs geleverd dat het gebruik van smartphones bijziendheid veroorzaakt of zich sneller ontwikkelt of vordert. Een passend ontworpen longitudinaal onderzoek zal nodig zijn om dit concept verder te verkennen en zal de komende jaren één van de onderzoeksprioriteiten van CERI zijn. Het lijkt echter zeker dat smartphonegebruik bij kinderen een gezondheidsrisico is voor het gezichtsvermogen en andere gezondheidsdomeinen.

Hoe ouders de toegang tot technologie voor hun kinderen in toom kunnen houden, is een andere zaak.

James Loughman is de Clinical Research Directeur van Ocuco Ltd. Als optometrist met meer dan 18 jaar klinische, academische, onderzoeks- en managementervaring, is James onlangs bij Ocuco begonnen als Clinical Research Directeur. James is momenteel ook de directeur van NoVisio, een onderzoekslaboratorium gevestigd aan het Dublin Institute of Technology, dezelfde universiteit waar hij in 1997 promoveerde. James is directeur en nationale voorzitter van Optometry Giving Sight, een in Ierland geregistreerde liefdadigheidsinstelling die hij oprichtte ter voorkoming van blindheid in ontwikkelingslanden.

James bekleedde eerder de functie van directeur en hoofdonderzoeker van het Mozambique Eyecare Project en Resources for Eye Health, dat 11 Afrikaanse landen omvat. Hij heeft meer dan 50 wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in toonaangevende collegiaal getoetste tijdschriften, een 100 tal collegiaal getoetste presentaties en posters uitgebracht, en tal van wetenschappelijke brieven en artikels in opdracht uitgegeven.